Genealogie & Overgrootmoeders deze pagina is het laatst gewijzigd op 28-3-2014

Via internet kom je bij
de verborgen bronnen
    We zaten aan de tafel, dat weet ik nog en mijn stiefvader, zat rechts van mij, hij zei dat ik de dingen nu nog kon vragen, dat mijn moeder het straks allemaal niet meer zou weten, dat ik het op moest schrijven als ik het wilde bewaren. Familieverhalen zijn waardevol maar heel erg kwetsbaar, als je er niet goed op past, zijn ze zo verdwenen. Ik heb familieleden van mijn moeder opgezocht en aanvullingen gekregen. Via internet vond ik de website van een Engelstalige achterneef, na wat heen en weer mailen stuurde hij me het levensverhaal van zijn moeder toe. Zij was de dochter van een oom van mijn moeder die aan het begin van de 20e eeuw naar Amerika was geëmigreerd. Ze beschrijft heel helder hoe haar vader als immigrant in een nieuw land moest aarden, het ging via de kerk die als opvangnet fungeerde.

    Mijn moeder heeft haar Amerikaanse nicht één keer ontmoet, want ze is in Nederland geweest om het land van haar voorouders te bezoeken. In het levensverhaal van deze nicht vond ik een "parel" verborgen. Iemand anders zou er misschien over heen lezen, maar dat wat je het meest lief is, dat valt je natuurlijk in het bijzonder op. Het waren slechts enkele zinnen, waarin ze de herinnering van haar vader aan zijn moeder (mijn overgrootmoeder) in Hillegom heel mooi wist te verwoordden.

    Met haar levensverhaal kreeg ik dus toegang tot een voor onze familie verborgen gebleven bron. Zo zie je dat de dingen die de eigen ouders niet hebben doorgegeven mogelijkerwijs nog via een omweg, in dit geval door de bemiddeling van internet, te traceren zijn. Voor verhalenzoekers is dat erg hoopvol. Het kan zijn dat iemand anders nog anekdotes bewaard heeft of dat er nog gegevens in archieven liggen. De bronnen zijn in de 21e eeuw steeds toegankelijker geworden. Helemaal nu de inventarissen vaak op internet zijn ontsloten en je op naam kunt zoeken.

    Ik zou willen dat ik nog eens met mijn moeder en stiefvader om de tafel kon zitten en dat ik ze dan naar de dingen kon vragen die ik destijds nagelaten heb. Er was altijd een mix van onvermogen, desinteresse en schroom van mijn kant. Op dat moment speelden de vragen van nu helemaal niet. Destijds had ik genoeg aan halve antwoorden, nu zoek ik naar het naadje van de kous. Mijn stiefvader, Arie Bakker, had een bijzonder leven gehad voordat hij mijn moeder leerde kennen. In verschillende (online) archieven vind ik nu aanvullingen op zijn oorlogsgeschiedenis, die in Delft begon toen hij in 1941 met Evy Beer trouwde.

    Haar moeder was een Italiaanse uit Piemonte, ze heette Emma Longo. Ze was in 1908 Arnhem getrouwd met Herman Beer, directeur van de Arnhemse melkinrichting. Ik had aangenomen dat toen zij naar Den Haag verhuisden, hij met pensioen was. Dat hij na Arnhem in Amsterdam en ook in Den Haag directeur van andere melkinrichtingen was geweest viel te reconstueren uit de online woningkaarten van de gemeentearchieven Den Haag en Amsterdam, de ingezonden brieven die hij had geschreven in de krant (nu ook via de Koninklijke Bibliotheek online in te zien) uit het Vennootschappen Archief (doorzoekbaar op naam van de N.V. in toegangnummer 2.09.46 bij het Nationaal Archief) en via een online artikel uit het historisch jaarboek voor Gelderland, van de Vereniging Gelre, geschreven door Jos Lankveld. In zijn artikel "melkinrichtingen in Arnhem 1879-2003", schetst hij een mooi beeld over de produktie en distributie van zuivelprodukten met de problematiek van destijds.

    Al deze bronnen helpen niet alleen bij het reconstrueren van een historie, maar ook bij de verificatie van overleveringen. Herman Beer zou eigenaar geweest zijn van een metaalwarenfabriekje las ik ergens in een brief uit het familiearchief van een aanverwant, die ik ook via internet had leren kennen. En inderdaad het bewijs is in het Centraal Archief Vennootschappen terug te vinden. Hij staat daar zowaar in de oprichtingsakte vermeld. Dat hij uittrad als commissaris las ik de online krant van 18-10-1941. Hij was "aangegeven door een concurerend fabriekje" aldus de schrijfster van dezelfde brief. Herman Beer had zelf niet gemeld dat hij joods was. Zij schrijft: "Door zijn gemengde huwelijk bleef hij voor veel dingen gespaard, maar we hebben nog vaak over hem in angst gezeten, want hij wenste zich domweg aan niets te onderwerpen en was nogal onvoorzichtig. Enfin 't is allemaal goed afgelopen, gelukkig maar, want 't is 'n echt fijn mens."

    Daarover... en over de joodse onderduikers die de kinderen Beer in huis hadden, had ik mijn stiefvader dus meer willen vragen, maar destijds was ik met mijn kleine kinderen in de weer en nu ik eindelijk zo ver ben, zijn de mensen die het weten er niet meer. Wat een gemis, spijt en..... geluk. We hebben internet, dat als een soort opslagplaats of adresboek van verhalen uit voorbije levens fungeert. Het wijst je de weg naar nog levende mensen en brengt je naar tal van verborgen bronnen waaruit je toch nog een beetje kunt putten.


    Carla van Beers
    maart 2014







familiearchieven.nl benadrukt de betekenis van een familieverhaal en onderstreept het belang van het bewaren en terugvinden van herinneringen en persoonlijke documenten voor historisch, genealogisch en biografisch onderzoek.