De huisdetective speurt naar verborgen verhalen in een huis, winkel of hotel. Zoekt, vindt, bewaart & deelt herinneringen aan een adres, een gebouw of een plek.


Carla van Beers



Hendrik Pieter Nicolaas Muller (1859-1941), koopman, wereldreiziger, etnograaf, publicist, diplomaat, filantroop, eigenaar van het pand Piet Heinstraat 117-119 sinds september 1934. Na zijn dood komt het pand in beheer van het Hendrik Mullerfonds.


advertentie 20 juni 1941 in de Haagsche Courant advertentie 20 juni 1941 in de Haagsche Courantadvertentie 20 juni 1941 in de Haagsche Courant


advertentie


advertentie, b.b.h.h. = bezigheden huitens huis hebbende.


Anita Wellman (1908-1998) en haar echtgenoot Egon Freiherr von Buttlar (1899-1987) vormden samen een muzikaal duo.







Hofpersoneel
"Alleenstaande Juffr. zoekt zitkamer en kabinet met kookgelegenh. En bergruimte. Of kleine etage. Omtrek Valkenboschpl. Piet Heinplein of Bezuidenhoutkwartier. Mej. Scheidenreif, Noordeinde 68." Zo luidde de tekst van een kleine advertentie in de Haagsche Courant van 1 juni 1940 - kort nadat nazi-Duitsland Nederland was binnengevallen. Wie Den Haag goed kende, kon weten dat Noordeinde 68 het adres van het koninklijk paleis Noordeinde was (en is).

Zonder werk
Nadat prinses Juliana met haar dochters Beatrix en Irene in mei 1940 naar Canada was gevlucht en prins Bernhard met koningin Wilhelmina en de ministers naar Londen was uitgeweken, had Marie Scheibenreif plotseling geen werk en woonruimte meer. Ze had natuurlijk ook bij haar zus, die met een Nederlander getrouwd was en in de Hazelaarstraat woonde, kunnen intrekken. Nee, dat hoefde niet, de advertentie in de Haagsche Courant had succes. Marie kon een mooie ruime tweede etage huren in de Piet Heinstraat 119 bij de weduwe Stutterheim, die op de eerste etage woonde. Hendrik Pieter Nicolaas Muller was de eigenaar van het pand.

Koningshuis
Marie Scheibenreif was in 1883 in het dorpje Brünst, 150 kilometer ten zuidoosten van Arolsen geboren. Ze was tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het neutrale Nederland gekomen om drie jaar als kamenier bij de familie van Paul Maij op de Heerengracht in Amsterdam te gaan werken. Maij bestuurde samen met zijn broer Robert de gerenommeerde bank Lippmann, Rosenthal en Co. In de zomer van 1931 bracht koningin Wilhelmina een week van haar vakantie door in Tirol in Maij´s kasteel Schloss Lengberg. Het jaar daarop werd hij benoemd tot commissaris van De Nederlandse Bank (DNB).

Families
Marie ging nieuwe dienstverbanden aan en verzamelde zo uitstekende getuigschriften. Van 1926 tot 1928 woonde en werkte zij bij de familie Loudon in Wassenaar. Eind 1930 kreeg ze haar betrekking bij koningin Wilhelmina . In dat jaar was kroonprinses Juliana 21 jaar geworden en ging zij het Huis van Oranje bij officiële gebeurtenissen vertegenwoordigen. Prinses Juliana had een goede en reisvaardige kamenier nodig en de toen 47-jarige Marie werd geschikt bevonden voor die functie. Zij zorgde voor alle kleding en voor het naai- en verstelwerk. Bij speciale gelegenheden legde zij de kleding klaar die op die dag gedragen diende te worden en tijdens de reizen hielp zij ook met allerlei hand- en spandiensten.

Kamerverhuur
In de Piet Heinstraat 119 kreeg Marie al vrij snel onderhuurders. Zij had een ruime etage die makkelijk in tweeën te splitsen was en ook nog twee extra kamertjes op de zolder tot haar beschikking. Ze kon het in 1940 nog niet weten, maar dit huis was haar laatste woonadres en ze zou tot aan haar dood kamers blijven verhuren. Het dubbele bovenhuis is sinds de jaren twintig achtereenvolgend bewoond geweest door weduwes die kamers onderverhuurden aan derden. De weduwe Stutterheim was er in januari 1939 komen wonen. Haar man, Johannes Frederik Stutterheim, had een juwelierszaak gehad op het Westeinde.
Vroeger was het Marie die zich naar een familie voegde bij wie zij kwam inwonen, maar sinds zij in de herfst van haar leven was aanbeland, waren het de anderen die bij haar tijdelijk op gemeubileerde zitslaapkamertjes inkwartierden.

Lege huizen
Een van de nieuwe bewoonsters was Johanna Weber. Zij was huishoudster geweest bij de oude mevrouw Loudon in Huize Voorlinden in Wassenaar, voor wie Marie vroeger ook gewerkt had. Na de dood van de heer des huizes was de huishouding drastisch ingekrompen en werd Johanna Weber werkeloos.
In het voorjaar van 1943 woonden er acht volwassenen en een pas geboren baby in het huis van de weduwe Stutterheim en mejuffrouw Scheibenreif.
Uit het straatbeeld en uit de huizen in het Zeeheldenkwartier waren in die dagen vrijwel alle joden verdwenen. Alleen in de Piet Heinstraat ging het al om dertien woonadressen. Later bleek dat deze families in Sobibor en Auschwitz waren vermoord. Alter, de Jong, Troostwijk, Snijders, Lansberg, Koch, Neumann, Zodij, Sprecher , Hoefnagel, Mok, Salomonson, Waiscosz, Wolf, de Vries… Het was een traumatische gebeurtenis waar niemand over wilde praten.

Costumičre
Na de oorlog gingen Marie Scheibenreif en de weduwe Stutterheim door met het onderverhuren van hun kamers. Woonruimte was schaars. Bij de selectie van medebewoners overlegden de dames uitgebreid. Sommige huursters bleven maar even, anderen jarenlang. Zo nu en dan woonde er ook een man. Er waren tijden dat het aantal onderhuursters pieken vertoonden, bijvoorbeeld wanneer twee vrouwen samen een kamer deelden. Gemiddeld genomen woonden er negen mensen, maar er waren ook perioden dat er twaalf namen stonden ingeschreven. Behalve van de opbrengsten uit onderverhuur, leefde Marie van inkomsten die zij verwierf als costumičre. En daarbij schroomde zij niet het koningshuis als visitekaartje te gebruiken. Een van haar langdurige klanten was het Tweede-Kamerlid jkvr.mr. Ch. W.I. Wttewaal van Stoetwegen, die in de Laan van Meerdervoort woonde en nog regelmatig op Soestdijk kwam.

Entertainers
Na het plotselinge overlijden van weduwe Stutterheim, ze werd door haar huisgenoten dood naast haar divan aangetroffen, nam het echtpaar Anita en Egon Freiherr von Buttlar, in 1950 hun intrek op de eerste etage. Het pianistenduo "de twee Buttlars" traden op in bars, restaurants en op prive feesten, zoals bijvoorbeeld in het nieuw gerestaureerde Catshuis op Sorgvliet, waar de heer Goedkoop het verjaardagsfeest van zijn echtgenote organiseerde.
Eind jaren dertig waren de Buttlars vanwege het beroepsverbod voor joodse muzikanten vanuit Hamburg naar Wenen getrokken. Daarna reisden ze door naar Bukarest en via Milaan kwamen ze in Nederland. Ze woonden van 1950 tot 1971 in de Piet Heinstraat.

Huisgenoten
Egon en Anita naturaliseerden en werden Nederlanders. Marie Scheibenreif daarentegen is altijd Duits gebleven. Ze overleed in 1967. Een maand voor haar dood had ze nog haar laatste huisgenoot verwelkomd, een vrouw van 25 jaar. In totaal moeten er meer dan zeventig mensen zijn geweest aan wie zij als hospita een kamer heeft verhuurd in de 27 jaar dat zij op de tweede etage Piet Heinstraat 119 heeft gewoond. Haar plaats in het bovenhuis werd in februari 1968 ingenomen door een gezin met opgroeiende kinderen.





Auteur: Carla van Beers, februari 2013
Bronnen: Huisarchief Piet Heinstraat 119, Den Haag
Geraadpleegde archieven: Nationaal Archief
Haags Gemeentearchief
Koninklijk Huis archief
Literatuur: "De Freule vertelt", door C. W. I. Wttewaall van Stoetwegen, 1973
Jaarboek Die Haghe 2012, "Duitse emigranten in het Zeeheldenkwartier"






A. M. Scheibenreif woont van 1940 tot 1967 op Piet Heinstraat 119-II



Fragment uit zakagenda van C. W. I. Wttewaal, oktober 1946. een afspraak bij Marie Scheibenreif.



Een week later, nieuwe afspraak om de hoed te passen, 1946.



Fragment uit zakagenda van C. W. I. Wttewaal. (jaren zestig). Op 29 januari om 5 uur bezoekt ze Marie Scheibenreif, die dan jarig is.



Christine Wilhelmine Isabelle Wttewaall van Stoetwegen (1901-1986) Van 1936-1946 was ze secretaresse van de Nederlandsche Christen Vrouwenbond (NCVB). Tijdens de bezetting was ze lid van het illegale Nederlandsch Vrouwen Comité en van 1945 tot 1971 als politica lid van de tweede kamer voor de Christelijk Historische Unie (CHU). De achternaam 'Wttewaall' wordt uitgesproken als 'Uutewaal'.



Fragment uit Dagboek van C. W. I. Wttewaal. 29 januari 1954: 's morgens gewerkt, naar Scheibenreif die jarig is, meteen roze pyjama gebracht + avondtasje voor reparatie.