erfgoedkwesties 010 © Carla van Beers 20 Januari 2010 DEN HAAG


erfgoedconsumptie-logica: zoeken is een kunst en vinden is een gunst


Bij ons, in de supermarkt op de hoek, staat de appelstroop niet bij het andere broodbeleg, maar bij de olie en de azijn of bij de ingemaakte groente. Het maakt mij niet zoveel uit, wanneer ik iets niet kan vinden vraag ik het altijd. Het liefst ga ik naar een kleine winkel, de reus Albert Heijn vermijd ik, als het even kan, daar is het aanbod zo groot, dat ik er duizelig van wordt. Gelukkig is er ook nog een kleine COOP in de buurt, dus mogelijkheden genoeg. Ik ben wel een supermarkt-miep, alles moet in een keer lopen mee kunnen, want inkopen doen is niet mijn favoriete bezigheid. De boodschappen via internet laten bezorgen, heb ik nog nooit gedaan, maar het is natuurlijk wel een mooie service. Internet gebruik ik voor andere zaken, zoals bijvoorbeeld voor het krijgen of kopen van informatie.

Goed zoeken en het vinden van informatie begint of eindigt met het internet, daar zal vrijwel iedereen het over eens zijn, maar zoeken is een kunst die heel erg onderschat wordt. Vindbaarheid is een strategisch doel. Digitaal Erfgoed Nederland geeft hierover informatie in het themadossier vindbaarheid. Goede vindbaarheid wordt vaak afgemeten aan het aantal treffers en de positie in de zoekresultaten van Google. De populariteit van deze zoekmachine maakt goede vindbaarheid in Google belangrijk voor het succes van digitale dienstverlening op de korte termijn. Voor de langere termijn is dit echter niet voldoende. Een goed gebruik van zoekmachines is zo essentieel geworden dat er een hele wetenschap en dienstverlening rond is ontstaan: search engine optimalisation.

Wie zich in archiefland in het woud van het geschreven en gedrukte en gedigitaliseerde erfgoed waagt en niet vindt wat hij zoekt, zal net als bij de dagelijkse boodschappen in de supermarkt, aan iemand de weg moeten vragen. Negen van de tien keer zal Mrs. Google als de aangewezen "figuur" en als dè gids van het archiefwezen fungeren. Je hoeft haar maar iets te vragen (type zoekwoorden in) en je krijgt vrij snel een antwoord. (hoe volledig het antwoord is laten we hier in het midden) Mrs Google is heel toegankelijk, zij is ook bereikbaar voor de oudere gebruikers van het erfgoed, maar de nieuwe generatie weet haar veel beter te vinden.
Het publiek dat gebruik maakt van archieven wordt elektronisch geregistreerd, net als bij een AH-bonuskaart wordt haar gedrag in kaart gebracht. Binnen het digitaal-erfgoedpubliek worden vijf typen gebruikers gezien, de zogenoemde allrounders, kunstminnaars, verenigingsleden, verzamelaars en snuffelaars. (zie studie van sociaal cultureel planbureau uit 2006)
Sinds de oprichting van het Bureau voor Statistiek, aan het einde van de 19e eeuw, hebben de cijfers de beleidsmakers gediend, maar de getallen zijn ergens in de 20e eeuw op tilt geslagen, inmiddels lijkt het er sterk op dat de mens de cijfers aan het dienen is. Alles draait immers om het aantal en niets is meer verantwoord zonder gegoochel met cijfers. Zelfs archiefinstellingen worden afgerekend op bezoekersaantallen. Zullen de erfgoedafnemers er baat bij hebben? Er wordt algemeen aangenomen van wel.
Rijksarchivaris Martin Berendse geeft aan dat er bij de afnemers sprake is van een tweedeling. De “klassieke studiezaalbezoeker” is een betrekkelijk gespecialiseerde groep archiefgebruikers die de 19e eeuwse technieken en communicatie middelen nog weten te trotseren. Het is een niet te onderschatten groep, maar de groei zit in de “nieuwe generatie archiefgebruikers” die zich zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht sterk onderscheidt van de ouderwetse vorsers. Voor de nieuwe lichting is er de digitale dienstverlening, zij willen alleen naar de archiefinstelling toe komen als ze daar andere presentatievormen en activiteiten pakketten zullen aantreffen. Voor hen zou er een multimediale aanpak moeten zijn, waarbij het archiefgebouw geen rustige studiezaal, maar een dynamische presentatieplek en een bruisende werkplaats is.

Het proces van diversiteit en schaalvergroting is vergelijkbaar met de omslag die in het midden van de twintigste eeuw plaats vond toen de levensmiddelen in grote hoeveelheden in supermarkten aangeboden werden en er steeds meer producten bij kwamen. De archiefinstellingen maken gebruik van een nieuwe informatiebemiddelaar, daardoor is de vindbaarheid van het archief en van documenten aanzienlijk vergroot. De erfgoedgebruiker kan tijd besparen en doelgerichter te werk gaan, hij hoeft niet meer van A naar B te reizen om er achter te komen dat hij voor de toegang tot B eerst de index van het archief te C moet raadplegen om dan weer terug te gaan naar A van waaruit hij een schriftelijk verzoek moet indienen om toegang te krijgen tot B, waar hij wezen moet. Er zijn veel verbazingwekkende voorbeelden uit de praktijk. De Koninklijke Bibliotheek heeft een inventaris van een particulier archief in Duitsland. Ik wist dat niet en had al een lange reis afgelegd...

In de Ketelaarlezing Het Archief als Open Source, over het recht op informatie, openbaarheid van bestuur en digitale toegankelijkheid (8-10-09) geeft Martin Berendse o.a. zijn visie op de nieuwe media. Hij verwacht in het komende decennium met het Digitale Nationaal Archief (DNA) een volledige omkering te bewerkstelligen, met veel sociale uitwisseling en user generated content. De succesvolle Amsterdamse en Utrechtse aanpak laten zien dat een aantrekkelijk archiefgebouw veel nieuwe bezoekers kan genereren. Archiefinstellingen hebben zich georiënteerd op de nieuwe doelgroepen, er zijn marktonderzoeken gedaan en nieuwe presentatieformules ontwikkeld. Berendse is hoopvol als het gaat om delen van informatie via grote zoekmachines en/of platforms: Waar we eerst vooral een eigen website maakten en nu alweer een tijdje nadenken over ´portals´ zullen de echte gebruiksvolumes alleen maar gehaald kunnen worden door af te rekenen met het streven om gebruikers alleen maar –via de eigen voordeur- te bedienen. In plaats daarvan moeten we veel meer ruimte geven aan open data en Application Programming Interfazes (API´s). en tegelijkertijd ligt er de uitdaging om wezenlijk gebruik te maken van en in te spelen op de kennis, de voorkeuren en de belangstelling van de archiefgebruikers. Als adviseurs van medegebruikers, als gesprekspartners, als metadata-verzorgers, als kennisleveranciers. Etc. Een constant proces van uploading en downloading.

Ondanks de verhoogde bezoekersaantallen van het toenemende aantal websites valt de online interaktie met het publiek tegen. (zie pdf file evaluatie van taking pictures to the public)
De samenwerking tussen erfgoedinstellingen onderling kan nog steeds verbeterd worden, maar er zijn al mooie voorbeelden van portals te geven zoals wiewaswie.nl waar het grootste aanbod aan historische informatiebronnen over personen kosteloos te raadplegen zal zijn.
In zijn vernieuwingsoptimisme vergelijkt Berendse het Nationaal Archief met de publieke omroepen en de openbare bibliotheken waar bestuurlijke steun en samenwerkingsverbanden extra financiele impulsen en duidelijke resultaten hebben opgeleverd. Voor de veranderende denkwijze en de marktgerichte benadering van het archiefwezen verwijst hij naar de Amerikaanse historicus-archivaris Randall Jimerson die sinds 1989 al voor een herdefinitie van de professionele identiteit van de archivaris pleit. De metamorfose van het Archiefwezen zal van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte benadering gaan. De omslag van passief naar actief vindt plaats wanneer de informatiebeheerder voor een klantgerichte benadering en marketingstrategieen kiest.

De appelstroop van het nationaal archief wordt bij wijze van spreken in een display gezet. Zo wordt het erfgoed uit het schap gehaald en op een speciale plaats gepositioneerd. De vernieuwde producten van de regionale archieven staan er naast. Familiearchieven en particuliere archieven bij kleine instellingen lijken gevrijwaard te zijn van strategische doelen die aan bestuurlijke steun en financiele impulsen gekoppeld zijn. Ze blijven op de achtergrond aanwezig maar lopen wel het risico dat ze uit "het assortiment gehaald" worden.
Ik ben als consument zeer verguld met digitale ontsluiting en kijk uit naar de geneugten van een erfgoedconsumptie-maatschappij, maar op een appelstroopoorlog zit ik niet te wachten. Terwijl specialisten de documentatievoorziening automatiseren, technici de search engines optimaliseren, beleidsmakers cijfers weten om te zetten in geld en het archief als actieve informatieprocessor gaat fungeren, zullen archiefmedewerkers zich vanzelf vernieuwen. Ik hoop dat de Digital Information Technology een mooi archiefwezen zal baren. Life imitates art far more than art imitates life. Wegwijzers als Mrs. Google kunnen echt niet functioneren zonder een menselijke pendant. Het uitbreiden van het aantal archiefmedewerkers zou strategisch doel nummer 1 moeten zijn om aan de criteria van vindbaarheid te kunnen voldoen. Zoeken is een kunst en vinden is een gunst! Wie aan de herdefinitie van de professionele identiteit van de archivaris denkt zal al snel zien dat de archivaris instrumenteel is voor de communicatie tussen het publiek en het archief. De electronische informatiedragers rijken heel ver, ze zijn efficiënt, maar de persoonlijke gidsen zullen broodnodig blijven. Er moet iemand zijn die de appelstroop bijvult. Hoe meer erfgoedproducten, hoe groter de erfgoedsupermarkt.



metafoor voor het Nederlandse Erfgoed: Appelstroopblik,
met warenkennis of verkoopargument op deksel
afbeelding van blikkenentrommels.web-log.nl



  • het behouden & behoeden van familiearchieven is een taak voor iedereen

  • het archievenblad & het imago van de archivaris

  • weg met het object! verkopen, schenken, afstoffen of verkwanselen

  • Soestdijk, een museum voor familiegeschiedenis

  • het intergenerationeel besef dat jij niet de maat van alle dingen bent

  • de herwaardering van het familielievende ideaal

  • het ecosysteem van een koninklijke familie

  • elite, superkapitalisme of het mecenaat

  • geheime dagboeken & de pijn van een familie

  • erfgoedconsumptie-logica: zoeken is een kunst en vinden is een gunst

  • bibliotheek als bewaarplaats van nationaal geheugen

  • draagmoeders gezocht voor persoonsdossier