erfgoedkwesties 002 © Carla van Beers 7 April 2009 DEN HAAG


het archievenblad & het imago
van de archivaris

Hoe je het ook wendt of keert het is een vooroordeel èn een cliché maar het blijft waar: de archiefwereld is een saaie en stoffige bedoening.

Op de kunstacademie in de jaren tachtig hadden we een docent die ons de schoonheid van clichés, van de ingesleten beeldspraak wilde bijbrengen. Het was onbegonnen werk, want creatieve mensen hebben nu eenmaal meer oog voor bijzondere vormen en mijden het gewone, het saaie, laat staan dat zij zich willen inlaten met dingen die al duizend keer eerder voorbij gekomen zijn. Originaliteit staat hoog in het vaandel. Toch heeft de docent, zijn standpunt zo duidelijk gemaakt dat het bij mij, en wellicht ook bij vele anderen, is het blijven hangen. Na duizend keer originaliteit is het saaie cliché zeer welkom, het is zelfs een verademing.

In het verlengde van de ingesleten beeldspraak ligt het vooroordeel. Het verguisde vooroordeel of de vooringenomen aanname zou ik graag ter discussie willen stellen. Ik vind het altijd erg grappig wanneer men zelf door eigen aannames gefopt wordt. Het gebeurde mij toen ik een abonnement op het archievenblad had genomen om meer inzicht te krijgen in de vele facetten van het archiefwezen. Het tweede blad dat in de brievenbus kwam heb ik ongelezen weggelegd, pas toen nummer drie verscheen begon er bij mij een belletje te rinkelen. Het komt omdat ik visueel ben ingesteld, in een oogopslag scan ik de beelden om ze vervolgens (veel te snel) te interpreteren. Omdat blad twee er aan de buitenkant hetzelfde uitzag als blad één had ik aangenomen dat ik, omdat ik net lid was geworden, per abuis een dubbel exemplaar had ontvangen. Toen nummer drie ook dezelfde voorkant had, voldeed mijn veronderstelling niet meer en moest ik mijn aanname herzien. Dat ze me drie keer hetzelfde blad zouden toezenden hield ik voor onmogelijk, bij nadere inspectie bleek dat de bladen genummerd waren en dat het verschil ook naar voren kwam in de kleine foto, rechts in beeld, die bij de edities van februari, maart en april echt anders zijn. Voor de overige 93% is het beeld statisch. Merkwaardig dat deze uitgaven van de Koninklijke vereniging van archivarissen in Nederland steeds dezelfde cover hebben, ik had dat niet voor mogelijk gehouden. Echt saai !

Dat men de omschrijving saai niet als geuzennaam oppakt in de archiefwereld komt her en der terug in berichten op het Archiefforum forum.archieven.org waar menigeen zich graag van het stoffige imago wil ontdoen. Ik zou denken dat er beroepsgroepen en mensen zijn die zich juist niet druk hoeven te maken om hun imago, maar helaas het oppoetsen van het imago is een trend die niet meer tegen te houden is. De archiefinstellingen hebben er ook mee te maken want in beleidsstukken wordt er gesproken over het toegankelijker maken van het archief en het bereiken van een zo´n groot mogelijke groep gebruikers. Dat laatste begrijp ik niet zo goed. De macht van het getal doet me denken aan de kijkcijfers van de televisie of aan de oplagen van een product, waarbij commerciële belangen het zwaarst wegen. Betekent dit dat de archieven net als musea van edutainment of infotainment hun core business gaan maken ?

Gelukkig zijn de archieven die ik bezoek nog stoffig en hebben de archivarissen die veel tijd in kelders doorbrengen, stapels paperassen op hun bureaus. Ze praten over zilvervisjes of ander ongedierte en verschansen zich achter een beeldscherm. In sommige archieven is het zo stil en saai dat de archivaris blij is met een bezoeker en op de praatstoel gaat zitten zodat je als onderzoeker nauwelijks meer aan werken toe komt. In andere archieven wordt de rust regelmatig verstoord door het schrapen van oude mannenkelen. Aangenaam hoeft een archief niet te zijn, vanwege de temperatuurregulatie is het er vaak koud. Hulp hoef je ook niet steeds te verwachten, daar is niet altijd aandacht voor. Archivarissen zijn er in alle soorten en maten, van mooie dames met parels tot wereldvreemde mannen in stofjassen. Daarom zou ik me niet druk maken om een imago, een eenduidig beeld bestaat namelijk niet. Het belangrijkste is dat de archieven de bewaarplaatsen van het erfgoed zijn en dat iedereen die wil er terecht kan. Een volle studiezaal is net als een volle trein of bus helemaal geen verdienste. Lekker leeg, saai en stoffig, daar houd ik het maar op, voor zolang het duurt. Gelukkig worden steeds meer archieven ontsloten op het internet, zodat de bezoekers zeer verspreid informatie tot zich kunnen nemen en ze niet allemaal naar de studiezaal hoeven komen. En als de archiefinstellingen om wat voor reden dan ook met hun tijd mee moeten gaan en de archivaris het imago van de jonge stedeling gaat uitdragen, een erfgoed professional die resultaatgericht en geldgestuurd als een bankier, jongleert met kwantiteit en kwaliteit, dan kan de oude stoffige doelgroep altijd nog terecht bij de zeldzame particuliere familiearchieven. Al moet je vaak veel moeite doen om er binnen te komen. Hier heeft men minder last van ambtelijke vernieuwingskoorts en doelgroepenmania.
Mijn (voor)oordeel over de archiefwereld is gebaseerd op eigen ervaring als gebruiker van archieven en op hetgeen ik lees en hoor over de archiefinstellingen. Naast het archievenblad en de vele nieuwsbrieven van diverse erfgoedinstellingen is het bovengenoemde Archiefforum een belangrijke en dynamische bron, waar initiatiefnemer Eric Hennekam alles op zijn vakgebied kritisch volgt.

Ondanks de oubollige cover is het Archievenblad een aanwinst, er staan mooie artikelen in en de agenda zal ik zeker niet overslaan. De nieuwe ontwikkelingen komen volop aan bod. Diverse landelijke organisaties met verschillende en gemeenschappelijke belangen zijn vertegenwoordigd en daarnaast is het blad ook een spreekbuis voor regionale en gemeentelijke archieven, met het Nationaal Archief als -big mama- aan het hoofd. Het Nationaal Archief heeft sinds vorig jaar een nieuwe directeur, Martin Berendse, voorheen werkzaam bij het ministerie van OCW bij de Kunsten. Nieuw is altijd even wennen voor de oude garde, het kan best lastig zijn. Maike Smelt, journaliste en redactrice van het Archievenblad tekent zijn woorden op in een discussie over de toekomst van de erfgoedprofessional. “wat je vaak ziet bij professionele beroepsgroepen is dat ze in tijden van verwarring de neiging hebben om zichzelf te beschermen. Een beroepsgroep speelt achteruit als de aandacht naar de bescherming van het vak gaat en niet naar verbreding en innovatie.”
Ik denk niet dat je een archivaris, archeoloog of conservator de bescherming van zijn vak mag ontnemen. Aan de andere kant zouden degenen die de weg willen verbreden ook de ruimte moeten krijgen. Er is bestaansrecht voor de vele varianten. Een -big melting pot- van diverse culturen binnen een sector, van stoffig tot glanzend, specialisten, wetenschappers, carrieremakers, professionals en amateurs... pluriformiteit.
Jammer dat er overal nog zo´n sterke hiërarchie in het denken is. Het vooroordeel of de vooringenomen aanname bepaalt dat het ene beter zou zijn dan het andere.







  • het behouden & behoeden van familiearchieven is een taak voor iedereen

  • het archievenblad & het imago van de archivaris

  • weg met het object! verkopen, schenken, afstoffen of verkwanselen

  • Soestdijk, een museum voor familiegeschiedenis

  • het intergenerationeel besef dat jij niet de maat van alle dingen bent

  • de herwaardering van het familielievende ideaal

  • het ecosysteem van een koninklijke familie

  • elite, superkapitalisme of het mecenaat

  • geheime dagboeken & de pijn van een familie

  • erfgoedconsumptie-logica: zoeken is een kunst en vinden is een gunst

  • bibliotheek als bewaarplaats van nationaal geheugen

  • draagmoeders gezocht voor persoonsdossier